Nieuwe uitspraak van het Europese Hof over vrije advocaatkeuze

Recent heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een uitspraak gedaan. Een uitspraak over het recht op vrije advocaatkeuze.

In de Wet op het financieel toezicht staat een artikel over de vrije advocaatkeuze. Dit wetsartikel is gebaseerd op een Europese richtlijn. Is er discussie over de uitleg van een richtlijn? Dan is het aan het Europese Hof om hier duidelijkheid over te verschaffen. Nationale rechters kunnen ook prejudiciële vragen stellen aan het Europese Hof. Zij vragen dan hoe zij een artikel uit een richtlijn moeten interpreteren.

In deze zaak van het Europese Hof heeft een Belgisch Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:

“Dient het begrip ‘gerechtelijke procedure’ in art. 201, lid 1, a, van [richtlijn 2009/138] zo te worden uitgelegd dat daaronder de buitengerechtelijke en de gerechtelijke bemiddelingsprocedures […] zijn begrepen?”

Het Europese Hof antwoordde hierop in haar arrest van 14 mei 2020:

“Zoals de advocaat-generaal in punt 81 van zijn conclusie opmerkt, omvat de term “procedure” dus niet alleen de fase van het beroep voor een gerecht in eigenlijke zin, maar ook de fase die daaraan voorafgaat en tot een gerechtelijke fase kan leiden.

Het begrip “gerechtelijke procedure” in de zin van art. 201 van de richtlijn moet even ruim worden uitgelegd als het begrip “administratieve procedure”, aangezien het voorts incoherent zou zijn om deze twee begrippen verschillend uit te leggen wat betreft het recht om een advocaat of vertegenwoordiger te kiezen.

Hieruit volgt dat het begrip “gerechtelijke procedure” niet kan worden beperkt tot uitsluitend niet-administratieve procedures voor een gerecht in eigenlijke zin, en ook niet door een onderscheid te maken tussen de voorbereidende fase en de besluitfase van een dergelijke procedure. Elke fase die kan leiden tot een procedure bij een rechterlijke instantie, zelfs een voorafgaande fase, moet dus worden geacht onder het begrip “gerechtelijke procedure” in de zin van art. 201 van de richtlijn te vallen.”

Met name deze laatste overweging is belangrijk.

Op welk moment kan men een beroep doen op het echt op vrije advocaatkeuze? Dit moment lijkt in veel gevallen eerder aangebroken dan aanvankelijk werd gedacht. Veel rechtshandelingen en onderhandelingen kunnen immers leiden tot een procedure. Denk aan een aansprakelijkstelling na bijvoorbeeld een verkeersongeval of arbeidsongeval.

Een ruimer recht op vrije advocaatkeuze heeft een keerzijde. Het verdienmodel van rechtsbijstand–verzekeraars komt verder onder druk te staan. De premies zullen wellicht (fors) stijgen. Het Verbond van Verzekeraars heeft inmiddels gereageerd. Zij meent dat het arrest niet van toepassing is op de Nederlandse rechtspraktijk. Het zou alleen zien op de in België bestaande wettelijke bemiddelingsprocedure.

We moeten afwachten hoe de Nederlandse rechters deze uitspraak zullen uitleggen. Het is echter niet uitgesloten dat men eerder een beroep op vrije advocaatkeuze kan doen. Op kosten van hun rechtsbijstandverzekeraar.

In letselschadezaken heeft de verzekerde nu recht op vrije advocaatkeuze:

  • bij uitoefening van het recht op een second opinion (vastgelegd in de polisvoorwaarden)
  • als er een gerechtelijke of administratieve procedure nodig is
  • bij uitbesteding van de zaak aan een advocaat nadat de aansprakelijkheid erkend is.

Dit laatste kan de rechtsbijstandverzekeraar doen op verzoek van de verzekerde. Maar de verzekerde kan zelf ook een advocaat inschakelen. Uiteraard met behoudt van zijn rechten uit de polis in het geval een procedure nodig wordt. De aansprakelijke partij moet immers ook de buitengerechtelijke kosten vergoeden.

Vraagt u zich af of wij iets voor u kunnen betekenen? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact met ons op.

Deel dit via

Neem contact op
Ons werkgebied Eindhoven Tilburg Breda Den Bosch