Letselschade en belastingen

Letselschade en belastingen

Op 14 november 2018 dienden Tweede Kamerleden Leijten en Lodders een motie in over letselschadevergoedingen. Zij constateerden – net als velen in de branche - dat ontvangers van een letselschade-uitkering soms in onzekerheid zitten over mogelijke belastingclaims. Dit kan meerdere oorzaken hebben:

1. Belasting in box 3

Als een letselschadezaak wordt afgewikkeld, ontvangt een slachtoffer veelal een schadevergoeding die het heffingsvrije vermogen (ruim) overtreft. Dit betekent dat het slachtoffer dan nog jarenlang belasting hierover betaalt in box 3.

2. Een hoge eigen bijdrage bij de Wlz (voorheen de AWBZ)

Een hoge schadevergoeding leidt ook tot een hoge eigen bijdrage voor mensen die aangewezen zijn op 24-uurs zorg. Dit kan oplopen tot € 2.419,40 per maand.

3. Geen recht op toeslagen

Daarnaast komt een slachtoffer na ontvangst van een hoge schadevergoeding niet meer in aanmerking voor toeslagen, zoals huur- en zorgtoeslag.

‘Gevolgschade’

Met inschakeling van een rekenkundig bureau wordt de hiervoor genoemde ‘gevolgschade’ zo goed mogelijk in kaart gebracht. De wet- en regelgeving wijzigt echter met enige regelmaat. Hierdoor pakt de gevolgschade in de praktijk vaak anders uit dan oorspronkelijk berekend werd.

Bovendien wordt regelmatig geen rekenbureau ingeschakeld en is de gevolgschade grotendeels ongewis.

De vraag is nu: wat is er nodig?

Rechtszekerheid

Als de belastingwetgeving slachtoffervriendelijker wordt, zal dat de rechtszekerheid ten goede komen. Nu is het voor letselschadeslachtoffers moeilijk om in te schatten wanneer ze weer onder bepaalde vermogensgrenzen komen, waardoor:

- ze geen (extra) belasting in box 3 meer verschuldigd zijn,

- hun eigen bijdrage voor de Wlz omlaag gaat en

- ze weer in aanmerking komen voor toeslagen.

Rechtsgelijkheid

Betere belastingwetgeving zorgt bovendien voor rechtsgelijkheid die er nu niet is. Sommige uitkeringen en vergoedingen worden namelijk al aangemerkt als bijzonder vermogen dat niet meetelt voor toeslagen. Voor de meeste letselschadevergoedingen geldt dit echter helaas niet. Zie https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/toeslagen/hoe_werken_toeslagen/kan_ik_toeslag_krijgen/vermogen/bijzonder-vermogen

Kortere duur letselschadezaken

Tot slot kan een wijziging in de belastingwetgeving de duur van de letselschadezaak bij slachtoffers met ernstig letsel (aanzienlijk) verkorten. Er zal dan immers minder discussie zijn over de gevolgschade en een berekening hiervan door een rekenkundige kan dan achterwege blijven of eenvoudiger zijn.

Afsluitend

Daarom is het des te meer teleurstellend dat uit zijn recente schriftelijke antwoorden op Kamervragen blijkt dat de Minister van Financiën nog weinig voelt voor een vrijstelling van letselschadevergoedingen in box 3 en ook voor de andere knelpunten nog geen oplossing heeft aangedragen.

Hopelijk hebben we desondanks binnen afzienbare termijn belastingwetgeving waar slachtoffers van letselschade niet door in een onzekere positie verkeren.

Deel dit via

Neem contact op